Wanneer we praten over de grootste voetballers van deze generatie, gaat het al snel over talent, discipline en mentaliteit. Kylian Mbappé, Lionel Messi en Cristiano Ronaldo hebben eigenschappen die maar weinig spelers bezitten. 

Deze toptalenten zijn razend populair en uitgegroeid tot een industrie op zich. Hun namen pronken op voetbalshirtjes over de hele wereld en er wordt fanatiek op deze spelers gewed bij alle goksites in Nederland. 

Maar achter iedere topspeler staan ook trainers. Coaches die talent herkennen, spelers vertrouwen geven, fouten corrigeren en soms net dat ene detail veranderen waardoor een speler een volgende stap kan zetten.

De vraag is dan ook interessant: zouden Mbappé, Messi en Ronaldo zonder de juiste coaches net zo ver zijn gekomen? Waarschijnlijk waren ze nog steeds uitzonderlijke voetballers geworden, maar de kans is groot dat hun ontwikkeling anders was verlopen.

Cristiano Ronaldo en de invloed van Ferguson

Van de drie is de invloed van een coach op Cristiano Ronaldo misschien wel het duidelijkst zichtbaar.

Toen Ronaldo in 2003 bij Manchester United arriveerde, was hij een enorm talentvolle, maar nog behoorlijk ruwe buitenspeler. Sir Alex Ferguson zag meteen dat er iets bijzonders in hem zat.

Ronaldo kreeg bij Manchester United de tijd om zich te ontwikkelen. Zijn spel werd efficiënter en hij werd steeds meer gericht op het maken van doelpunten. Zijn enorme hoeveelheid trucjes en dribbels moesten plaatsmaken voor rendement.

Ook René Meulensteen speelde daarin een belangrijke rol. De individuele coach werkte veel met Ronaldo aan zijn techniek, bewegingen en persoonlijke doelen. 

In het seizoen 2007/08 stelde Meulensteen Ronaldo voor om niet dertig, maar veertig doelpunten te maken. Ronaldo eindigde dat seizoen met 42 goals voor Manchester United. Het laat zien wat een goede coach kan doen. Niet het talent creëren, maar het talent beter benutten.

Ferguson zei later zelf dat Ronaldo zichzelf had gemaakt. De trainer gaf hem volgens zijn eigen woorden vooral de middelen en het platform om te excelleren. En misschien is dat precies de juiste manier om naar coaching te kijken.

Lionel Messi en het vertrouwen om zichzelf te zijn

Bij Lionel Messi ligt het verhaal iets anders.

Messi was al op jonge leeftijd uitzonderlijk. Bij Barcelona werd hij vanaf zijn dertiende verder begeleid binnen de jeugdopleiding. Verschillende jeugdtrainers zagen al snel dat hij anders was dan de rest.

Een van de belangrijkste lessen die Messi daar kreeg, was misschien wel dat hij niet te veel veranderd hoefde te worden. Zijn coaches moesten vooral zorgen dat zijn talent tot zijn recht kwam.

Dat werd later ook zichtbaar bij Pep Guardiola. Toen Guardiola in 2008 hoofdtrainer van Barcelona werd, kreeg Messi een centrale rol in een elftal dat uiteindelijk een van de succesvolste teams uit de voetbalgeschiedenis zou worden.

Guardiola begreep hoe hij Messi moest gebruiken. Hij gaf hem vrijheid, maar tegelijkertijd duidelijke opdrachten binnen het team. Messi heeft Guardiola later omschreven als een unieke trainer en als de beste coach die hij heeft gehad.

Een goede coach hoeft een topspeler dus niet altijd compleet te veranderen. Soms is het juist belangrijk om te herkennen wat een speler al bijzonder maakt en daar de juiste omstandigheden omheen bouwen.

Mbappé en het sturen van talent

Ook Kylian Mbappé was al op jonge leeftijd een opvallend talent.

Bij AS Monaco brak hij als tiener door op het hoogste niveau. Trainers moesten daar vooral leren omgaan met een speler die fysiek en technisch al veel verder was dan de meeste leeftijdsgenoten.

Mbappé beschikte over snelheid, techniek en scorend vermogen. Maar ook hij had begeleiding nodig om van een groot talent een complete profvoetballer te worden.

Zijn ontwikkeling laat zien dat coaching niet alleen draait om tactiek.

Een jonge speler moet leren omgaan met verwachtingen, media-aandacht, druk en de concurrentie binnen een professionele selectie. Hoe een trainer daarmee omgaat, kan een groot verschil maken.

Bij Mbappé was het vooral belangrijk dat zijn trainers hem niet afremden, maar hem tegelijkertijd leerden wanneer hij zijn enorme kwaliteiten moest gebruiken. Talent is namelijk één ding. Weten wanneer je dat talent moet inzetten, is iets anders.

Wat maakt een goede coach zo belangrijk?

Een goede coach kan een speler op verschillende manieren beter maken.

Allereerst is er natuurlijk de technische ontwikkeling. Een trainer kan een speler helpen om zwakke punten te verbeteren en sterke punten verder uit te bouwen.

Daarnaast is er tactiek. Een speler kan geweldig kunnen voetballen, maar als hij niet begrijpt waar en wanneer hij moet bewegen, blijft een deel van zijn potentieel onbenut.

Maar misschien is het mentale aspect nog wel belangrijker. Een jonge voetballer krijgt te maken met kritiek, blessures, concurrentie en momenten waarop het even minder gaat. Een goede coach weet wanneer hij streng moet zijn en wanneer hij juist vertrouwen moet geven. Dat zie je terug bij de grootste spelers.

Ronaldo had iemand nodig die hem discipline en rendement bijbracht. Messi had trainers nodig die zijn uitzonderlijke kwaliteiten herkenden en hem vrijheid gaven. Mbappé had begeleiding nodig om zijn enorme talent op jonge leeftijd om te zetten in prestaties op het hoogste niveau.

De coach maakt niet de speler

Toch moeten we oppassen met het idee dat een trainer een wereldster maakt.

Ronaldo zou waarschijnlijk ook zonder Ferguson een geweldige voetballer zijn geworden. Messi zou zonder Guardiola waarschijnlijk nog steeds een uitzonderlijk talent zijn geweest. En Mbappé had ook zonder bepaalde trainers een enorme carrière kunnen hebben. Het verschil zit waarschijnlijk ergens anders.

Een goede coach kan ervoor zorgen dat een talent sneller groeit, minder verkeerde keuzes maakt en zijn kwaliteiten beter leert gebruiken. De coach maakt dus niet de speler. Hij kan er wel voor zorgen dat de speler dichter bij zijn maximale niveau komt, en dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen voor iedere jonge voetballer.

Talent brengt je naar een bepaald niveau. Hard werken brengt je verder. Maar de juiste coach kan ervoor zorgen dat je onderweg precies die dingen leert die nodig zijn om uiteindelijk het maximale uit jezelf te halen. Achter iedere grote voetballer staat daarom niet altijd één grote coach. Maar bijna altijd staat er een team van mensen dat op het juiste moment het verschil heeft gemaakt.